MiND ontvangt 4 miljoen voor onderzoek

Bijna 4 miljoen euro voor opheldering oorzaken ADHD en autisme
Het nieuwe onderzoeksproject MiND, dat de biologische basis van ADHD en autisme wil ophelderen, ontvangt bijna 4 miljoen euro van de Europese Unie. Het project dat deze maand van start gaat en dat wordt gecoördineerd door het Radboudumc, brengt de risicofactoren voor beide aandoeningen in kaart en probeert die kennis om te zetten in betere individuele diagnoses en behandelingen.

Bij het onderzoek zijn veel verschillende disciplines betrokken er wordt nauw samengewerkt met de industrie en tegelijkertijd worden vijftien internationale PhD studenten opgeleid.

Opvallende overlap
Attention Deficit Hyperactivity Disorder (ADHD) en Autisme Spectrum Disorder (ASD) zijn chronische neurologische aandoeningen met een sterke erfelijke component. Beide aandoeningen komen vrij vaak voor. Zo heeft ruim vijf procent van de kinderen en bijna drie procent van de volwassenen ADHD. ASD treft ongeveer een op de honderd mensen.

Toch weten we nog maar weinig van de biologische oorzaken van beide ziekten en zijn er evenmin goede behandelingen beschikbaar. Opvallend is de overlap van beide ziekten. Twintig tot vijftig procent van de mensen met ADHD voldoet ook aan de criteria voor ASD. En dertig tot tachtig procent van de mensen met ASD heeft symptomen van ADHD.

Kennis combineren
Bij ADHD en ASD spelen veel genetische factoren een rol. In combinatie met bepaalde levensomstandigheden maken ze mensen kwetsbaarder voor (een van) beide aandoeningen. Helaas zijn de meeste genetische en omgevingsfactoren nog onbekend. Om meer te weten te komen over het ontstaan van beide aandoeningen is het absoluut noodzakelijk dat kennis op alle niveaus wordt gecombineerd en geïntegreerd. In het door de Europese Unie gesubsidieerde project MiND werken (neuro)biologen, genetici, artsen en psychologen daarom met elkaar samen om de ziekten niet alleen op moleculair, neurobiologisch en neurologisch vlak te onderzoeken, maar ook op het niveau van cognitie en gedrag.

Nieuwe toponderzoekers trainen
Deze aanpak vraagt om een nieuwe generatie van jonge wetenschappers die interdisciplinair zijn opgeleid. Ze moeten zich even gemakkelijk kunnen bewegen in de psychologie als in de bioinformatica, en ze begrijpen zowel het moleculaire als het gedragswetenschappelijke onderzoek. De onderzoekers worden niet alleen getraind in internationale onderzoeksteams, maar participeren ook in samenwerkingsverbanden met het bedrijfsleven. Daardoor neemt ook de kans toe dat de wetenschappelijke kennis sneller vertaald wordt in concrete toepassingen voor de patient.

Radboud-wetenschappers
Wetenschapper van Radboudumc en Radboud Universiteit spelen een belangrijke rol in het onderzoek. In het Radboudumc richten prof. dr. Barbara Franke , prof. dr. Jan Buitelaar en dr. Nanda Lambregts-Rommelse (ook werkzaam bij het kinderen- en jeugdpsychiatrisch ziekenhuis Karakter) zich op de rol van de genen, omgevingsfactoren en hersenverbindingen. Dr. Alejandero Arias-Vasquez analyseert of micro-organismen in de darmen invloed hebben op het ontstaan van de aandoeningen. Dr. Annette Schenck test genen die mogelijk met de aandoeningen te maken hebben in fruitvliegen en dr. Corina Greven (ook werkzaam bij Karakter) kijkt of mindfulness als behandeling effect heeft.

Bron: persbericht Radboudumc, juni 2015

Please follow and like us:
Pinterest