Kenmerken van autisme

Iedereen is anders en ieder persoon met autisme is ook weer verschillend van elkaar. Gedrag is complex en dient met zorgvuldigheid geïnterpreteerd te worden. Loopt het op sociaal vlak niet soepel, of merk je dat je het moeilijk vindt als de dagelijkse routine wordt doorbroken? Lees hieronder de meest voorkomende kenmerken van autisme:

Beperkingen in de interactie

Deze beperkingen kunnen zeer uiteenlopend zijn. Bij de meest uitgesproken vorm van autisme kan sprake zijn van het volledig afsluiten voor contact met anderen. Dan wordt contact vaak alleen gezocht om eigen behoeften kenbaar te maken. Bij andere vormen van autisme kan er sprake zijn van spontaan contact maken, maar valt vaak snel iets bijzonders aan het contact op.

Een andere manier van communiceren

Praten gaat sommigen heel goed af, maar vaak vallen al snel bijzonderheden  op in het taalgebruik of taalbegrip. Meestal vinden mensen met autisme het moeilijk – vooral met vreemden – om een gesprek te beginnen en te onderhouden. Er kan sprake zijn van eigenaardig taal- of woordgebruik.

Zich herhalende stereotiepe patronen van gedrag, belangstelling en activiteiten

Dit kan zich o.a. uiten in extreme mate bezig zijn met bepaalde voorwerpen of onderwerpen, vrijetijdsbesteding of hobby’s, niet-functionele gewoonten of stereotype bewegingen (zoals wiegen). Mensen met autisme zoeken veiligheid in bepaalde gewoonten, volgorde in handelingen, vasthouden aan routines en patronen. Veranderingen in deze routines gaat vaak gepaard met veel stress. Daarnaast is er vaak sprake van rigide denkpatronen. Deze helpen om de verwarrende en beangstigende buitenwereld controleerbaar te maken.

Informatieverwerkingsproblemen

Naast de bovengenoemde problemen die de kern vormen van een autismespectrumstoornis, zien we bij veel mensen met autisme in wisselende mate problemen met de verwerking van informatie. We denken dan aan een overgevoeligheid voor bepaalde prikkels, trage informatieverwerking, moeite met het verwerken van non-verbale informatie (zoals lichaamstaal), moeite met schakelen van de ene situatie naar de andere. Ook dit is per persoon verschillend en is afhankelijk van de mate waarin iemand belemmerd wordt.

Theory of mind, centrale coherentie en executieve functies

Lang werd gedacht dat bepaalde hersengebieden verantwoordelijk waren voor de moeilijkheden die bij autisme horen. Onderstaand verklaringsmodel over de informatieverwerkig bij autisme omvat niet alle elementen van autisme.

  • theory of mind
  • centrale coherentie
  • executieve functies

Uit recent onderzoek is namelijk gebleken dat niet alleen bovenstaand verklaringsmodel een volledig omvattende beschrijving van autisme geeft. Uit hersenonderzoek blijkt namelijk dat er geen specifiek deel van de hersenen anders zou functioneren bij autisme. Onderzoek toont aan dat de gehele hersenen zich anders gedragen bij mensen met autisme.

De laatste theorieën op het gebied van autisme

Bovenstaande theorieën over de Theory of Mind, de Centrale Coherentie en de Executieve Functies zijn verklaringsmodellen om de gedragingen behorende bij autisme te kunnen verklaren. Geen van deze drie theorieën kon een omvattende beschrijving van autisme geven. Men dacht dat bij autisme een specifiek deel van de hersenen anders zou functioneren. Maar onderzoek toonde aan dat de gehele hersenen zich anders gedragen bij mensen met autisme. Geen van de theorieën kon daarom gelijk hebben in het verklaren van autisme als geheel.

Wat nodig was waren theorieën die meeromvattend zouden zijn. Er ontstonden twee nieuwe theorieën:

de ESB (Empathic Systemizing Balanced) braintheorie van Baron-Cohen; autisme als de extreme mannelijke hersenen en het Socioschema-MAS1P theorie van Martine Delfos; mental-age-spectrum within 1 person.

De MAS1P

De MAS1p lijkt alle bekende elementen van autisme te omvatten en wordt ondersteund door de nieuwste hersenonderzoeken. Alle reeds verzamelde stukjes van de puzzel (theorieën en onderzoek) lijken te passen in deze theorie.

De theorie achter dit idee is de a-typische ontwikkeling bij mensen met autisme met een vertraagde en een versnelde rijping van de hersenen tegelijkertijd. Binnen deze theorie wordt gesteld dat bij de typische ontwikkeling van mensen het eerst de sociaal-emotionele ontwikkeling op gang komt en daarna de cognitieve ontwikkeling. Bij mensen met autisme, de a-typische ontwikkeling, zou eerst de cognitieve ontwikkeling op gang komen en daarna de sociaal-emotionele ontwikkeling. Dit geeft een verklaring voor het ‘achterblijven’ of de vertraagde ontwikkeling op sociaal-emotioneel gebied.

De vertraagde rijping van de hersenen heeft tot gevolg dat de zintuigen ook vertraagd rijpen wat leidt tot verstoringen in de sensorische informatieverwerking. De vertraging in de tastzin ‘het voelen’ wordt in verband gebracht met de rijping van diepe en oppervlakkige tastreceptoren onder de huid, de diepe tastreceptoren zijn in het algemeen gerijpt bij de geboorte, de oppervlakkige receptoren zijn minder gerijpt als er sprake is van autisme. Als gevolg hiervan kan een lichte aanraking, zoals een aai verschrikkelijk aanvoelen. Deze vertraagde rijping van de zintuigen kan uiteraard ook leiden tot problemen bij de ontwikkeling van het gehoor, wat leidt tot alles luid en duidelijk kunnen horen waardoor mensen overweldigd kunnen raken in een situatie van meervoudige geluiden.

Ik-ander differentiatie

Een belangrijk element binnen het socioschema is de ik-ander differentiatie. Na de geboorte is het nodig dat het kind onderscheid leert maken tussen ik en de ander. Het kind moet het ik met de ander kunnen vergelijken om een zelfbeeld te ontwikkelen. Het heeft besef van ik en ander nodig een om een besef van ruimte en een besef van tijd te kunnen ontwikkelen. Al deze elementen samen leiden tot sociaal inzicht. Dit sociale inzicht is een noodzakelijke voorwaarde voor empathie en het ontwikkelen van de theorie of mind. Omdat mensen met autisme hun ontwikkeling beginnen met de focus op het cognitieve gebied, ontwikkelen ze geen geautomatiseerde gerichtheid op mensen vanaf de geboorte maar doen dit pas later.

Waar veel theorieën spreken over een vertraagde informatieverwerking van de hersenen bij autisme laat onderzoek zien dat bij mensen met autisme een hogere verwerkingssnelheid werd gevonden. Vanuit het perspectief van de s-mas1p theorie wijst deze bevinding op het versnelde cognitieve gebied. Het idee van een langzame informatieverwerkingssneldheid werd waarschijnlijk veroorzaakt door de langere tijd die mensen met autisme nodig hebben om informatie te verwerken. De tijd die de informatieverwerking kost kan ook geïnterpreteerd worden als de behoefte meer inzicht te krijgen in het geheel door middel van meer precisie, via het geven van aandacht aan details.

Door de focus op de cognitieve kant (de versnelling) gaat de vertraging vaak samen met veel communicatieproblemen. De communicatieproblemen kunnen zelfs de intelligentie verbergen. Niet alle mensen met autisme hebben ernstige problemen met communicatie en niet alle mensen met autisme hebben alle mogelijke communicatieproblemen. Veel voorkomende communicatieproblemen zijn o.a.; vertraagde of geen taalontwikkeling, problemen met begrijpen van taal, meer zakelijke woorden dan emotionele woorden, formeel taalgebruik, woordenvloed, het onderbreken van anderen, letterlijk nemen wat de ander zegt, echolalie, slecht afgestemd zijn op de gesprekspartner.

Deze theorie gaat dus niet uit van een defect, maar van een latere rijping. De aanpak volgens deze theorie is dus gebaseerd op groei.

Wil je hierover meer lezen?

Autisme ontrafelen, Martine Delfos