Sanne ontdekte pas op haar 31ste dat ze autisme heeft

Het verhaal van Sanne…een late diagnose autisme

Sanne (32): “Dat ik anders ben dan andere mensen, dat was al in mijn kindertijd duidelijk. Ik was een heel gedisciplineerd, perfectionistisch en resultaatgericht kind, een echt strebertje. Turnen was niet zomaar een hobby, het was een obsessie. Vriendschappen met klasgenootjes duurden nooit lang. Van zodra er een haar in de boter zat, maakte ik een einde aan de vriendschap en daarna dacht ik er nooit meer aan terug. Ik had ook minder nood aan vriendinnetjes dan andere kinderen. Ik had mijn vaste routine: naar school gaan, huiswerk maken, eten, turnen en slapen. En dat vond ik prima.

Pas toen ik naar de hogeschool ging, begon het echt op te vallen dat ik de vreemde eend in de bijt wasMijn klasgenoten hadden vriendjes, gingen uit, rookten en dronken. Ik deed dat allemaal niet, ik zat op zaterdagavond het liefst gewoon thuis.

Het gevoel dat er iets mis was met mij, begon steeds meer te knagen. Ik had de indruk dat het leven voor mij veel moeilijker was dan voor mijn leeftijdsgenoten. Niet dat ze daar iets van merkten. Ik kwam sociaal over, kon goed over koetjes en kalfjes praten. Maar dat kostte me ontzettend veel moeite. Bij elk gesprek moest ik voortdurend nadenken: wat zal ik zeggen, is deze opmerking wel gepast, welke lichaamstaal moet ik gebruiken? Ik was jaloers op mijn zus. Zij was altijd zichzelf en had een hechte vriendenkring, voor haar leek alles vanzelf te gaan.

Na mijn studies ging ik aan de slag als sociaal werker en raakte ik al snel bevriend met een collega. Zij heeft autisme, en was daar vanaf de eerste dag heel open over. Evelien en ik hadden een echte klik. Zij stelde zich dezelfde vragen als ik, alleen durfde ik die vragen nooit hardop uit te spreken. Voor het eerst in mijn leven had ik iemand gevonden bij wie ik mezelf kon zijn. Onze collega’s grapten weleens: ‘Sanne, misschien moet jij je ook maar eens laten testen op autisme.’ Ik lachte die opmerkingen weg, maar werd er wel ongemakkelijk van. Zoiets zouden ze toch niet zomaar zeggen?

Late diagnose autisme

In diezelfde periode begeleidde ik op het werk een klant bij wie ik een vermoeden van autisme had. Ik moest samen met hem een vragenlijst invullen, die zijn psycholoog zou helpen om een diagnose te stellen. Toen ik die lijst te zien kreeg, werd ik enorm zenuwachtig. Het leek wel alsof die vragen over mij gingen. Ik ben als een gek informatie over autisme beginnen opzoeken. Hoe meer ik erover las, hoe zekerder ik van mijn stuk was. Niet veel later heb ik me laten testen, en kreeg ik te horen wat ik zelf al wist: ik had autisme.

Die dag is mijn leven pas écht begonnen. Ik had al sinds mijn kindertijd het gevoel dat ik een zware betonblok meesleurde, en plots viel al dat gewicht van mijn schouders. Ik besefte ook hoe moe ik me al die jaren had gevoeld. Een moeheid die ik nooit had kunnen verklaren, want ik at gezond, ging vaak sporten en op tijd slapen. Nu besef ik dat ik doodop was van voortdurend een rolletje te spelen.

“Altijd heb ik het gedrag van anderen gekopieerd, een rolletje gespeeld. Nu durf ik eindelijk mezelf te zijn”

Ik had geen flauw idee van wie ik was. Ik had altijd het gedrag van anderen gekopieerd en gedaan wat er van mij verwacht werd. Nooit had ik keuzes voor mezelf gemaakt. Nu sta ik daar veel meer bij stil: vind ik dit wel leuk om te doen, kan ik dat aan, ben ik over mijn grenzen gegaan, en hoe kan ik dat in de toekomst vermijden? Als ik bijvoorbeeld in het weekend ga ontbijten met vriendinnen, plan ik de rest van de dag geen activiteiten in, omdat ik zo veel drukte niet aankan. Ik heb ook ontdekt dat ik heel graag alleen op reis ga. Vroeger deed ik dat nooit, uit angst voor wat andere mensen daarvan zouden denken.

Mijn ouders hebben van in het begin heel begripvol gereageerd. Aanvankelijk schrokken ze wel, maar ze hebben mijn diagnose nooit in twijfel getrokken. Sommigen doen dat helaas wel. Op het eerste gezicht lijk ik niet autistisch, en dat is een vergiftigd geschenk. Ik kom dan wel vlot en sociaal over, maar daardoor verwachten mensen ook dingen van mij die ik eigenlijk niet kan. Het is alsof ik mezelf elke keer opnieuw moet bewijzen of verantwoorden. Er zijn er zelfs die vlakaf zeggen dat ze niet geloven dat ik autisme heb, of dat ik waarschijnlijk maar een lichte vorm heb. Hun idee over autisme is zó zwart-wit; ze snappen niet dat het een spectrum is, en dat er veel verschillende verschijningsvormen zijn. Ik zie het als mijn missie om mensen daarover in te lichten.

Met een paar ‘vriendinnen’ heb ik gebroken. Ik had enkele vriendschappen die niet gebaseerd waren op respect en vertrouwen en die ik enkel aanhield omdat ik goed toneel kon spelen. Die personen hebben me dat niet allemaal in dank afgenomen, maar ik zou het zo opnieuw doen. De vriendschappen die ik nu heb, zijn tenminste oprecht.

Van een relatie lig ik op dit moment niet wakker. Een partner, dat betekent prikkels, onvoorspelbaarheid, nieuwe vrienden, misschien zelfs een kind. Dat schrikt me allemaal af. Ik sta zeker open voor een relatie, maar mijn toekomstige partner zal heel ruimdenkend en begripvol moeten zijn. Iemand die begrijpt dat ik om 21 uur ga slapen en dat ik rust en orde nodig heb als ik thuiskom van het werk. Ik besef dat dat veel gevraagd is. Gelukkig zit ik beter in mijn vel dan ooit tevoren. Daar wil ik nu vooral van genieten, in m’n eentje.”

Bron: Libelle 36/2019 – Tekst: Hille Peeters – Coverbeeld: Getty Images

Please follow and like You Contact: