Autismevriendelijkheid

Onderstaand artikel heb ik recent gelezen in het tijdschrift van Autisme Centraal; Sterk in autisme. Veel bedrijven noemen zich tegenwoordig ‘autismevriendelijk’ maar is wel eens aan de medewerkers met autisme gevraagd of de ingevoerde aanpassingen ook wel passen bij wat die persoon nodig heeft. Autismevriendelijk is maatwerk, er is geen standaard autismevriendelijk protocol. 

Een bont gordijn van autismevriendelijkheid

We zien steeds vaker het woord autismevriendelijk opduiken. Steeds meer mensen zetten zich in om nog meer autismevriendelijk  te zijn en dat kunnen we natuurlijk alleen maar toejuichen. Maar die autismevriendelijkheid wordt soms een beetje stereotiep ingevuld.

Autismevriendelijke congressen, filmvoorstellingen, feestjes, optredens, ze zijn lang niet meer uitzonderlijk. Prima denkt u dan, maar de manier waarop men daarbij autismevriendelijkheid concreet in de praktijk omzet getuigt soms van een stereotiep, soms zelfs karikaturaal en soms zelfs foutief beeld van autisme.

Zo is het tegenwoordig erg in de mode om autisme min of meer gelijk te stellen aan zintuiglijke overgevoeligheid en dus worden allerlei activiteiten onder het motto van autismevriendelijkheid ontdaan van elke mogelijke zintuiglijke input; deelnemers worden gevraagd geen deodorant, aftershave of parfum te gebruiken, zachtjes te praten, geen chips te eten omwille van het geluid, geen flash te gebruiken bij het nemen van foto’s geen handdrogers te gebruiken na het toiletbezoek, niet te applaudisseren, geen kledij met strepen, bloemen of andere drukke prints te dragen, niet zomaar een gesprekje te beginnen met iemand, geen plotse bewegingen te maken enz. Ik verzin dit niet, elk van het voorgaande zijn voorbeelden die ik reeds meegemaakt heb. Maar is dit wel noodzakelijk autismevriendelijk?

Het lijkt er op dat mensen met autisme zich soms moeten inpassen in een model van autismevriendelijkheid dat gebaseerd is op een eenzijdig foutief en stereotiep beeld van autisme. En dat beeld is er een van mensen die bijna niks kunnen verdragen (althans zintuiglijk). Maar klopt dit beeld wel? Er zijn heus wel meer mensen met autisme die wel van applaus houden dan er zijn die er last van hebben.

Zo pas probeerde ik het zelf uit op een congres in Dublin. Ik wou na mijn lezing niet dat ietwat  vertwijfelende applaus, maar een echt applaus, maar wel eentje dat voorspelbaar was.

Geen enkele persoon met autisme (er waren er meer dan 100 in de zaal) gebruikte de beschikbare oordoppen tijdens het applaus of verliet de ruimte. En diegenen die het hardst applaudisseerden waren de mensen met autisme. Het autismevriendelijk applaus was een groot succes en ging via twitter de wereld rond. Wie echt autismevriendelijk wil zijn, die checkt dus best eens bij de mensen met autisme zelf wat zij niet graag hebben.

Een vrouw met autisme vertelt dat zij het soms erg autismevriendelijk vindt wanneer zij niet gevraagd wordt om te kiezen, maar anderen voor haar de keuze maken. En dat terwijl iedereen onder het mom van empowerment en autismevriendelijkheid mensen met autisme zoveel mogelijk laat kiezen.

Op de wereld autismedag vroegen wij aan meer dan 30 volwassenen meet autisme wie zij autismevriendelijk vinden en waarom. Dat noteerden ze op post-its en die post-its verzamelden we op een gordijn met een spectrum van kleuren. Er was een enorme variatie in de antwoorden wat aantoont dat autismevriendelijkheid net als autisme zelf vele gezichten heeft. Een bonte verzameling van autismevriendelijke ideeën op een al even bont gordijn. Toch kwam er een woordje wel opvallend vaak terug; voorspelbaarheid. Misschien dat daarom een voorspelbaar applaus veel autismevriendelijker is dan geen applaus.

Bron: tijdschrift Autisme Centraal